De structuur van Google Tag Manager

Triggers bestaan uit variabelen, operators en waarden.

1. Aan de slag gaan met Google Tag Manager

2. Google tag manager instellen

  1. De Google Analytics-tag installeren
  2. Een Google Analytics-propertyvariabele instellen
  3. Cross-domein tracking instellen
  4. Inzicht in de gegevenslaag

3. Gegevens verzamelen met de gegevenslaag, variabelen en gebeurtenissen

  1. Statische waarden doorsturen naar aangepaste dimensies 
  2. Dynamische waarden doorsturen naar aangepaste statistieken
  3. Gebeurtenissen bijhouden met variabelen

4. Aanvullende tags gebruiken voor marketing en remarketing

  1. Conversies bijhouden’ instellen in AdWords
  2. Dynamische remarketing instellen
  3. Cursussamenvatting
(Visited 3.608 times, 1 visits today)
error: Content is protected !!
Visit Us On TwitterVisit Us On FacebookVisit Us On Google PlusVisit Us On Pinterest